It’s a jolly holiday with Ilona

Een kind op kerstochtend, zo voel ik mij vandaag op de laatste werkdag van het jaar alweer. Het afgelopen jaar heb ik genoeg gewerkt en ik had dan ook nog een goed aantal vakantiedagen staan die op konden. Toen ik naging of ik met de kerst twee weken kon opnemen werd mij aangeraden dan maar alle 3 de weken op te nemen. December is maar net begonnen maar voor mij is 2015, als werkjaar, al afgelopen.

Ik ben de dagen aan het aftellen tot ik straks heerlijk in het buitenland de kerst aan het vieren ben. Maar zeker in de afgelopen week heb ik ook de dagen afgeteld tot mijn laatste werkdag. Voor het eerst ging ik mijn werk alleen achterlaten binnen dit nieuwe bedrijf.

Voorheen waren de jongens er altijd, of ik er nu was of niet. Alles kwam op zijn pootjes terecht. Nu is dit vangnet er echter niet meer en moet er dan ook van alles worden opgezet en geregeld worden om er voor te zorgen dat ik rustig 3 weken vrij kan nemen.

Binnen het bedrijf zijn mijn werkzaamheden al meer dan eens mijn “baby” genoemd. Een kind dat ik moet achterlaten bij zijn oom en tante terwijl ik op vakantie ga.

De afgelopen week heb ik van alles voorbereid, handleidingen geschreven, mensen ingewerkt. Website berichten aangepast op mijn vakantie. Op mijn laatste dag voel ik mij dan ook zoals ik me alleen maar kan voorstellen dat een moeder die voor het eerst haar kind gaat achterlaten zich moet voelen.

Je leest wel eens verhalen over helikopter ouders. Ouders die zich altijd overal mee bemoeien en hun kind niet alleen kunnen laten. De controlfreaks van de ouderwereld. Ik kan het dan ook niet helpen om deze vergelijking te trekken. Op mijn laatste dag voer ik dan ook zo goed als geen eigen werkzaamheden uit.

Het drie keer nakijken van een adres, het constant navragen van technische vragen over mijn mail en de telefoon en mijn constante aanwezigheid bij de collega’s die dingen gaan doen maakt niet alleen iedereen om mij heen gek maar ook mijzelf. De onrust, de afwachting van het moment waarop ik straks de deur uit ga lopen en dan dit niet meer aan kan en mag raken.

Ze zeggen altijd dat, wanneer je jouw kind voor het eerst naar school brengt je het beste een kort afscheid kan houden en dan ook weg moet gaan. Het moment onnodig rekken is wreed op het kind maar ook jezelf.

Halverwege de middag besluit ik dan ook dat, als dit toch als mijn kind voelt, ik het ook als mijn kind moet behandelen. Ik zet de allerlaatste dingen in. Ik zeg gedag en ik loop de deur uit. De nervositeit, de afwachting naar dit moment was gewoonweg te intens om langer uit te stellen.

Als mij iets duidelijk is geworden na afloop van vandaag is dat ik van mijn werk houd. Dat ik geef om de mensen die ik door mijn werk kan helpen, en dat dit werk een deel van mij is geworden. Een deel waar ik vandaag van weg heb moeten lopen.

Vandaag is mijn kind iemand anders geworden, mijn kind zit nu op school en zal daar vriendjes maken en leren lezen en schrijven. En ik ben daar niet bij de komende tijd. En ik zal het op momenten ook zeker missen.

Gelukkig(?) heb ik maandag de mogelijkheid om nog even hallo te zeggen.

 

“Laat het zien”

Het is al weer even sinds ik wat heb geschreven. In de afgelopen maanden is het schooljaar echt begonnen en hiermee heb ik het op het werk lekker druk. Ondertussen weet ik heel wat mensen binnen het bedrijf te vinden en ben ik naar een andere verdieping verplaatst qua werkplek.

Ook ben ik onderdeel geworden van het team wat zich bezig houd met de werving van nieuwe mensen. Dit is een taak die mij eigenlijk onvrijwillig werd opgelegd maar ik met beide handen heb aangepakt. De aanvoerder van dit team; Fleur.

Eenmaal lid van dit team was het al snel duidelijk dat er in de werkprocessen winst te halen was. Iets waar we ons allemaal erg goed van bewust waren en met het gehele team zijn gaan oppakken. Het werken binnen dit team gaf mij meer inzicht in de werkwijze van dit, voor mij nog steeds nieuwe, bedrijf. Dit bracht mij persoonlijk dichter bij bepaalde afdelingen en mensen maar gaf mij ook de mogelijkheid mijn eigen werkzaamheden beter te integreren hierin.

Op dit moment zijn mijn werkzaamheden nog veelal losstaand van de rest van het bedrijf. Om dit draaiende te houden heb ik echter meer verantwoordelijkheden dan voorheen. De invulling die ik hieraan heb gegeven probeer ik dan ook zoveel mogelijk in één lijn te brengen met wat er binnen dit bedrijf al loopt. Om dit zo succesvol mogelijk aan te pakken had ik veel contact met de eerder genoemde Fleur, die jaren ervaring heeft binnen dit bedrijf met verschillende functies.

Ik ben een persoon die snel geïntimideerd is door andere, meer ervaren personen. Ik stap dan ook niet snel op mensen af met vragen of ideeën. Iets wat ik sterk heb ervaren in deze overgang. Waar ik voorheen blind dingen durfde te roepen (en daarmee nog wel eens “blonde” momenten had), vind ik het nu erg lastig om met suggesties te komen.

Helaas hadden wij afgelopen donderdag een afscheidsfeestje van Fleur. Ik zeg “helaas” niet alleen omdat we heel veel gezelligheid gaan missen op de afdeling maar omdat Fleur voor mij een veilige persoon was geworden. Een persoon bij wie ik met vragen terecht kon en waarmee ik goed kon en durfde sparren over ideeën.

Toen het toch tijd was om naar huis te gaan sprak ik nog even kort met Fleur. “Laat het zien” gaf ze me mee. Ze prees mijn werkhouding, mijn “perfectionisme”, “Je kan het echt wel” maar “Laat het zien!”. Woorden die later die avond thuis pas echt tot mij doordrongen.

De afgelopen maanden heeft onzekerheid een grote rol gespeeld binnen mijn dagen op de werkvloer. Onzekerheid die tot veel, voor mij, spannende momenten heeft gezorgd. Een onzekerheid die niet gestimuleerd maar ook niet weggenomen werd. Een onzekerheid die veel spanning meegaf aan mijn interactie met collega’s. Een onzekerheid die, na deze donderdag, toch wat is afgenomen.

Bedankt Fleur.

 

 

Dat is mijn wens, net als een mens bij hen te zijn

Vandaag schrijf ik geen gek verhaal, geen grappig of ietwat vernederend moment. Vandaag schrijf ik een stuk wat mij over de afgelopen weken heeft bezig gehouden.

Hoe bevalt het nu op je werk? Is mij veel gevraagd. Ik vertel mensen dat het wel oké is. Ik heb mijn eigen bureau (of nouja, het oude bureau van Jan nog steeds, maar het is nu mijn bureau) en niemand die mij eigenlijk in de gaten houd. Ik krijg compleet de vrijheid om mijn dingen te doen, ik ben nog veel bezig met de overdracht van diensten en klantcontact naar de locaties. Maar al met al gaat het prima. Heerlijk eigenlijk, dat niemand er om maalt als ik een dag pas om 10.00 binnen kom lopen of pas om 19.00 weg ga (mits ik me niet buiten laat sluiten). Heerlijk dat ik zo mijn vrijheid krijg om zelf mijn diensten op te pakken en in gang te zetten. Ik zorg er zelf voor dat ik de dingen krijg die ik nodig heb.

Heerlijk dat er niemand aan het meeluisteren is over de gesprekken die ik heb met een klant of begeleider. Heerlijk dat ik niets hoef te delen. Ik kan niets delen.

Ik heb wel eens van die klanten die mij opbellen en die alles eigenlijk zelf al geregeld hebben, ze kennen iemand binnen het bedrijf en hebben hun gevraagd voor hen te werken. Ze bellen mij dan op, al compleet op de hoogte om eigenlijk alleen maar door te geven aan mij dat ze gaan starten. Dat soort telefoongesprekken vind ik gewoon leuk, makkelijk en in twee seconden geregeld. Een werknemer bij ons heeft dan zo’n goede reputatie dat wij ze niet meer hoeven aan te raden. Daar kan ik echt vrolijk van worden. Vorige week had ik zo’n klant aan de telefoon. Nadat ik de telefoon ophing keek ik op achter mijn scherm om dit fijne telefoontje te delen. Om te neergeslagen maar weer verder te gaan met het werken aangezien er niemand om mij heen was.

Gister belde ik een klant uit Limburg, zij gaf aan dat het op een dag niet te laat moet worden want “ze moeten ook nog terug fietsen naar België”. Iets wat in een grensgebied, zoals genoeg plaatsen in Limburg helemaal niet zo gek klinkt natuurlijk. Maar als echte “Randstatter” vond ik dit toch best een grappige uitspraak. Deze uitspraak, die mij best wist te kietelen moest ik gewoon even aan mijn mede collega’s laten horen. Er word bijna geschokt gekeken door mijn overbuurvrouw als ik mijn mond open doe.

Eerlijk is eerlijk, ik ben niet de meest sociale persoon, sterker nog, ik zit definitief bij de slechtere helft. Maar binnen zo’n groot bedrijf, met zo veel mensen die mij soms zo kunnen intimideren, kan je je erg alleen voelen.

Wanneer ik mensen vertel dat ik echt mijn eigen ding aan het doen ben komt de vraag dan ook wel eens naar boven. “Is dat niet eenzaam?” Ik haal dan eigenlijk mijn schouders op, maar ja. Ik spreek vele malen meer over de telefoon dan met mijn collega’s, dit terwijl de telefoon nog maar een klein deel van mijn dag inneemt. Ik ben dan ook van mening dat ik makkelijk de telefoon thuis over zou kunnen laten gaan en niets zou missen door thuis te werken.

“En ben je al een beetje gesetteld?” Ja, prima, ik weet ondertussen veelal bij wie ik moet zijn voor bepaalde dingen, want we hebben tenslotte iemand voor alles zodat je zelf alleen maar dingen hoeft te bedenken en niet uit te voeren.

Ik mag alles doen waar ik om heb gevraagd met betrekking tot mijn diensten, ik krijg, waar mogelijk, nog meer verantwoordelijkheden en kansen om mijzelf en diensten te ontwikkelen. Ik mag helemaal niet klagen over mijn nieuwe werkomgeving. En toch zou ik het fijn vinden om gewoon te kunnen delen dat ik een fijne klant aan de telefoon had.

Ik mis het team.
Ik mis Koen, Erik, Patrick, Myron, Kim, Anniek, Emma en Robert, ik mis het tafeltennissen en de gesprekken over voetbal waar ik helemaal niets over wist te zeggen. Ik mis kibbelen over het micromanagen van Koen en de verassing elke keer weer als iemand er achter komt dat Patrick niet van chocolade houd. Ik mis de ondraaglijke stand-up meetings in de ochtend en de voetbal die zo nu en dan weer randomly aan mijn voeten lag.
Ik mis jullie. x

Laat het gaan – Sluit de deuren nu voorgoed

Het schooljaar is in regio midden weer begonnen, voor zij die het nog niet wisten: Ik werk in het (private deel van het) onderwijs. Het is deze week dan ook een drukke bedoeling om alles zo goed mogelijk weer op te starten.

Na de eerste week in het nieuwe kantoorgebouw heb ik eindelijk mijn draai een beetje kunnen vinden, goed, ik weet nog steeds niet wanneer het beste moment is om te lunchen. Zo stond ik vanmiddag met een bord in de aanslag maar waren de lunchtafels compleet bezet. Al is een half uurtje later lunchen héérlijk rustig. Ik spreek nog regelmatig de verkeerde persoon aan over vragen en wordt dan ook weer snel naar de juiste persoon gewezen.

Ik heb sinds deze week ook een telefoon, waar gister nog de lijn van iemand anders op afging, ik kreeg dus ook heel wat vragen over trainingen en opdrachten waarvan ik helemaal niets wist. Al met al gaat het dus redelijk vlekkeloos. In ieder geval niet meer van DAT soort vlekken. -knipoog-

Vanaf vandaag ben ik ook officieel onderdeel van het “Werving- en selectieteam” binnen de organisatie. Ietwat ongevraagd is dit mij aangeboden maar zeker geen kans die ik uit de weg wil gaan en iets wat goed te combineren moet zijn met mijn huidige werkzaamheden. Ik kreeg al van heel wat van onze werknemers van het afgelopen schooljaar te horen dat zij hun nieuwe contract nog niet hadden ontvangen. Hier ga ik dan ook direct achteraan.

Gister moest ik het een en ander printen op briefpapier. Nog nooit eerder gebruik gemaakt van deze printer was het dan ook even kijken hoe dit precies ging. Uiteraard gaat het nooit zoals ik wil en betekend enkelvoudig printen in word niet dat deze printer ook enkelvoudig print. Na zo’n 5 trips naar de printer heb ik het dan eindelijk uitgevogeld. PRINT! … … … niet dus. Printer kapot. Snel vlucht ik naar de 2e verdieping voor een overleg om de rest van de dag niet meer aanspreekbaar te zijn.

Vandaag was het tijd om 140 contracten te gaan printen, en je kan het al raden, de printer doet het nog steeds niet. (Gelukkig is het de toner, ik was het niet!) Maar hier is een oplossing voor; de printer op de 2e verdieping. Laptop mee naar beneden, telefoon met wat muziek en ik kan er voor de rest van de middag tegenaan. 140 contracten opstellen, in tweevoud uitprinten en er moet een begeleidende brief met adres bij zodat ik deze makkelijk kan versturen. Deze gaan dan getekend en wel met een retourenvelop erbij op de post. Al met al erg veel handwerk. (Al laat ik het opstellen van de contracten mooi door de computer doen)

Vanaf een uur of 15.00 bezet ik dan ook de printer op de 2e verdieping. Contracten bij elkaar nietend, controleren van namen en het tekenen van een ondertussen groeiende stapel aan papier. Verschillende collega’s komen langs met de vraag wat ik (in hemelsnaam) aan het doen ben om vervolgens mij succes te wensen. ‘t is geen bijzonder uitdagende taak maar wel iets dat gebeuren moest.

Langzaam zie ik de mensen om mij heen richting huis vertrekken. Ik was zelf wat laat aanwezig vandaag vanwege het verkeer onderweg, dit is voor mij nog lastig inschatten. Het is dan ook niet meer dan vanzelf sprekend dat ik later op kantoor ben. Daarnaast moet dit klusje gewoon af. Rond een uur of half 6 ben ik dan ook nog de enige op de tweede verdieping.

Donderdag ging ik ook rond een uur of half 6 naar huis, ook toen was het grootste deel van mijn collega’s al naar huis. Samen met de laatste collega liep ik toen de deur uit en zij sloot af. Nou ja, trok de deur dicht, die vanaf buiten niet meer open kan.

Rond een uur of half zeven begint het scenario van donderdag langzaam in mijn hoofd omhoog te komen. Terwijl ik een nieuw contract van de stapel pak om te gaan tekenen begint een gevoel van onheil mij te bekruipen. Ik stop de contracten, met brief en retourenvelop in de grote envelop en besluit toch maar eens naar boven te lopen, gewoon voor het geval dat.

Ik zit normaliter op de 5e verdieping, hier staat mijn bureau (Jan heeft ondertussen een nieuw bureau aan het hoofd van het eilandje) maar ook al mijn spullen, op mijn laptop na dan. Dat onheilspellende gevoel kwam per voetstap dichter bij. Ik hoor geen stemmen van boven en zie, als ik op de 4e verdieping ben ook geen licht meer van boven schijnen. Eenmaal aangekomen boven kan ik het helaas niet meer ontkennen. De deur zit dicht. En opengaan doet hij niet meer.

Al mijn spullen, zoals mijn portemonnee, auto- en huissleutels en jas liggen hier nog. Mijn telefoon had ik in mijn zak voor de muziek. Ik besluit dan ook snel mijn directe leidinggevende te bellen, van wie ik alleen een werknummer heb. Tjsa, hij is al naar huis en neemt zijn werktelefoon dan ook niet op. Snel probeer ik zijn collega maar ook deze telefoon springt naar de voicemail. Het enige andere nummer waar ik op dit moment over beschik is het telefoonnummer van de grote baas van het bedrijf. Ik twijfel een goed moment, ik kan natuurlijk ook mijn pa bellen met de hulpkreet of hij me kan halen, maar dan moet hij me morgen ook weer brengen. Allemaal erg vervelend.

Dichte deur

Met een steen in mijn maag besluit ik dan toch maar te bellen. “Met Gert-Jan” Hoor ik aan de andere kant. Directe opluchting, hij neemt op. Snel leg ik de situatie aan hem uit. Hij probeert aan mensen te denken die in de buurt wonen, maar er komt niet direct iemand in hem op. “Ik bel je zo terug, ik ga wat mensen voor je bellen!” Met wat meer moed zit ik even op de trap, op dit moment besluit ik toch maar de contracten af te gaan maken, het zijn er nog maar een stuk of 30, en naar huis ga ik toch nog niet. Zo’n 5 minuten later gaat de telefoon. “Met Ilona” “Hey Ilona met Gert-Jan, ik heb nog niemand kunnen vinden die nu naar je toe kan komen, maar ik ga mensen bellen met de vraag of ze wellicht sleutels ergens hebben, dan moet ik maar terug komen. Maak het in ieder geval maar even gezellig op de tweede met een kop thee ofzo, ik bel je zo weer terug!”

Blij dat Gert-Jan mij aan het helpen is maak ik de contracten af, terwijl ik aan het opruimen bent gaat de telefoon weer. Een van mijn collega’s is op het moment op vakantie en heeft de sleutels op het pand op zijn bureau liggen. Hij zit op de tweede. Met de telefoon nog in mijn hand ren ik de trappen op naar de 5e verdieping. Ik houd dan ook mijn adem in als ik de eerste van de twee sleutels in het slot probeer. Geen succes. Mijn handen beginnen ondertussen te trillen terwijl Gert-Jan aan de andere kant van de lijn meeluistert naar mijn avontuur dat ondertussen al een goed deel van de avond heeft weten te claimen. Door mijn trillende handen heb ik zo’n 4 pogingen nodig om de sleutel daadwerkelijk in het slot te krijgen, maar met succes. de deur gaat open. Opgelucht haal ik adem, of hijg ik meer van de trappen die ik zojuist opgerend had. Ik bedankt Gert-Jan en ga op zoek naar mijn spullen.

Ik ruim mijn koffiekop nog even netjes op en, met de sleutels in mijn vuist uit angst ze te verliezen, ruim de spullen van de 2e op en leg ze op mijn bureau. Ik sluit beide verdiepingen af en besluit de sleutels voor vanavond maar mee te nemen, die komen morgen ochtend wel weer terug.

Eenmaal buiten gekomen regent het goed, mijn jas hangt nog op de 5e. Het kan me op dat moment niet meer schelen. Die jas komt morgen wel.

Een nieuw begin – vertrouw je me?

Vandaag was het dan eindelijk zo ver, de eerste dag bij mijn nieuwe werkgever. De werkgever die mijn oude werkgever heeft overgenomen. Ik ben eigenlijk simpelweg doorverkocht. Vandaag was het dus tijd om voor het eerst echt voor mijn nieuwe baas te gaan werken.

Ik zal gelijk maar vertellen dat ik redelijk zenuwachtig was voor de overgang en, zoals het ook wel een beetje hoort, nog zenuwachtiger voor de eerste werkdag. Ik zeg altijd dat ik niet zo goed ben met mensen, en het idee van een vol kantoor, dat vol zit met afgestudeerde mensen die precies zijn aangenomen voor wat ze nu doen intimideert mij een beetje. Zeker aangezien ik eigenlijk maar verplicht mee ben gegaan. Stiekem heb ik zelfs al een beetje naar andere banen zitten kijken, uit angst dat het niets zal worden hier in mijn nieuwe werkomgeving en nieuwe functie. Maar aan zenuwen hebben we niets op een eerste werkdag dus we stoppen ze maar snel in een ver hokje.

Gelukkig was ik al meerdere malen in het nieuwe kantoor geweest, meestal voor wat kleine projectjes waarbij ik met één persoon, hooguit twee samenwerkte. Er waren mij dus ook al wat gezichten bekend. Voor iemand zo nerveus als ik was dat een redelijke geruststelling. Ik wist dan ook al direct bij wie ik moest aankloppen voor vragen met betrekking tot mijn laptop. Ik werd door een bekend gezicht ontvangen op kantoor. Waarbij mij een bureau aangewezen werd, dat is vanaf nu mijn bureau. Top! Alleen misschien niet helemaal voor Jan, want eigenlijk is het zijn bureau, ook al is hij er maar eens in de week.

Ik ben twee weken op vakantie geweest dus ik kon mijzelf redelijk opstarten in mijn oude functie, maar al snel liep ik tegen verschillende struikelblokken aan door de verandering in procedures. Maar we zouden snel gaan zitten over dit soort dingen. Ik ben niet iemand die graag stil zit en besloot me dan ook maar een klein projectje op de hals te halen om mijn geschreven programma nog beter te laten werken. (Ik zal jullie de technische details besparen) Het zou echter super zijn als ik hier twee schermen voor zou kunnen gebruiken, helaas heeft het scherm op mijn bureau niet dezelfde aansluiting als mijn laptop. Maaaar, ik weet bij wie ik daarvoor moet zijn. Vol vertrouwen liep ik dan ook naar benden, om te zien dan deze persoon er echter niet was. Ik had hem toch net gezien dacht ik zo. Wat beduusd liep ik dan maar weer naar boven. Nu eigenlijk niet zo goed wetend wat te doen ging ik maar een kop thee halen en begon me toch weer wat onrustig te voelen over mijn dag. Het was pas half 11 en eigenlijk had ik nu niet direct werkzaamheden die ik kon oppakken voordat ik toch wat meer toelichting zou krijgen.

Ik ga even terug naar eerder deze week, mij zorgen makende over de indruk die ik zou achterlaten op mijn nieuwe werkplek was ik dan overtuigd dat ik qua kleding in ieder geval niet te casual zou rondlopen. Ik kwam dan ook een prachtig blauw net jurkje tegen dat, samen met mijn zwarte hakken, erg mooi stond. De ideale outfit voor de eerste werkdag. In de ochtendstress die ik elke morgen weer beleef viel het mij vanochtend dan ook op dat deze mooie blauwe jurk gekreukt was. In aller ijl heb ik deze gestreken en me prachtig aangekleed. Geen wolkje aan de hemel. Metaforisch dan, wat het regende vandaag goed. In het kleine stukje van de auto op de parkeerplaats naar de deur van het kantoorpand was mijn prachtige jurk redelijk beregend, dit zorgde voor donkere vlekjes. Dit droogde gelukkig snel genoeg weer op.

De blauwe jurk

De prachtige blauwe jurk

Terug naar half 11, op naar het toilet. Het moment dat ik het toilet binnenkom kijk ik in de spiegel. Ergens had ik het gevoel dat dit een zeer surrealistische droom was, al met al gebeuren dit soort scenario’s toch niet echt? Al die nerveuze gevoelens die ik zo mooi in een hoekje had gestopt, die niet zichtbaar waren terwijl ik me aan mijn nieuwe collega’s voorstelde of vol zelfvertrouwen koffie ging zetten, had zich op een andere, juist heel zichtbare manier weten te uiten. Onder mijn oksels had ik donkerblauwe cirkels die tot halverwege mijn borsten waren uitgelopen. De paniek sloeg toe en ik sloot me dan ook snel op in een van de wc’s.

Pure paniekmodes, code rood, alle slechte scenario’s die mijn hoofd over de afgelopen weken heeft afgespeeld en toch wist dit mij te verrassen. Ik trek mijn jurk uit en ga op de wc zitten, met m’n panty op m’n knieën en in mijn BH. Bijna laat ik alle emoties mij overnemen. Ik ben nu eenmaal een emotioneel persoon, zeker in dit soort situaties. Maar uit het niets krijg ik een metaforische klap in mijn gezicht. “Jeetje meid, kom op, ‘t is maar zweet, daar kunnen we wat mee”. Ik herpak mezelf en maak allereerst mezelf op orde, gezicht weer netjes, oksels droog. Mooi, nu die jurk die magisch tweekleurig is geworden. Deze jurk, die bijna volledig van polyester is gemaakt wordt heerlijk warm als je er met je handen eens over wrijft. Ik neem dan ook een ruime 5 minuten de tijd om het zweet uit de jurk te wrijven. “Bijna weer goed. Zolang je nu maar niet met je armen omhoog gaat staan is er niemand meer die er wat van ziet. ” Met een kleine peptalk schop ik mezelf dan ook het toilet uit.

Mensen die mij kennen zullen waarschijnlijk gemerkt hebben dat ik een redelijk rood gezicht had op dit moment, maar deze mensen hadden niet eens door dat half mijn gezicht was opgezwollen door een allergische reactie zo’n twee maanden eerder op een strandfeestje, dus ik ga er maar vanuit dat dit ze ook onopgemerkt voorbij is gegaan. Niet veel later ging ik in overleg met mijn nieuwe collega’s over mijn werkzaamheden en kreeg ik de antwoorden die ik nodig had om zonder struikelblokken mijn dag weer te gemoed te gaan.

De eerste dag zit erop en is me, ondanks alles, ook nog eens meegevallen. Wellicht dat ik me hier dan toch nog op mijn plaats kan gaan voelen.

Oh en die jurk, die gaat voorlopig niet meer naar kantoor aan.

Dag Nooitgedachtland – het einde

Dag Nooitgedachtland. Dit is het einde, hier nemen wij afscheid, hier zeggen wij dag.

Vandaag ging mij eigenlijk veel beter af dan ik had verwacht. De afgelopen twee weken, nadat ik terug was gekomen van mijn vakantie werd het mij wel heel duidelijk. Dit is het einde. Het einde van een prachtig jaar met mooie kansen, met mooie mensen en al met al heel veel plezier. Deze mooie gedachten gaven mij deze ochtend echter geen extra motivatie om mijn bed uit te komen en deze dag aan te gaan. Het liefst wilde ik mij nog eens omdraaien. Ik wilde geen begin maken aan dit einde. Helaas is tijd zo nu en dan de baas van ons en hebben we simpelweg geen keuze.

Zo’n 4,5 jaar geleden, na het stoppen van mijn 2e studie was het mij duidelijk. Ik moest maar gewoon gaan werken. Zodoende begon de zoektocht naar mijn plaats in deze maatschappij, met slechts een vwo diploma opzak was ik voor de meeste functies ver ondergekwalificeerd, of juist overgekwalificeerd. Want eerlijk is eerlijk, met een vwo diploma moet jij toch gewoon studeren? Menig werkgever was direct al overtuigd dat ik mij toch binnen een week zou dood vervelen bij hen. Noodgedwongen heb dan ik ook van alles aangepakt, callcenters, bakkerijen, het opzetten van winkels of het gewoon werken in winkels. Het schrijven van certificaten en het archiveren van dossiers in een archiefkast.

Geen van deze ervaringen inspireerde mij om verder te groeien binnen het werk wat ik op dat moment aan het doen was, maar ik was van de straat. Thuis zitten en niets doen is geen optie, ook niet als je nog bij pa woont. Drijvend tussen verschillende dingen en projecten had ik geen koers in mijn toekomst. Ik was zoals Peter Pan in nooitgedacht land, doen wat op dat moment kon en morgen zien we wel weer verder.

Het was dan ook precies een jaar geleden dat ik weer druk op zoek was naar een nieuwe uitdaging. Een van mijn bijbaantjes was het lesgeven van middelbare scholieren. Binnen deze organisatie heb ik ook de mogelijkheid gehad om examentrainingen te geven. Enthousiast over mijn werkhouding en afgeleverde werk heb ik hier extra uren mogen draaien om alles op gang te helpen. Zij wisten dan ook wat werk voor mij te verzamelen om te doen in de tussentijd. Nog geen twee weken later gaf de supportdesk medewerker aan niet meer verder te gaan. Ik werd dan ook gevraagd of ik het niet zag zitten om deze functie op mij te nemen. Weer wanhopig om iets op te pakken, zeker aangezien ik net voor een huisje had getekend heb ik deze kans met beide handen aangepakt.

Deze mogelijkheid was het begin van het einde. Ik kreeg het idee dat ik een deel was van iets, dat ik iets waardevols kon toevoegen en dat ik gewaardeerd werd voor het werk dat ik deed. Maar het meest belangrijke van alles was dat het leuk was. Het werk was uitdagend, afwisselend en belonend. Net als het team van collega’s waar ik mee ging werken. Afgelopen augustus waren wij met een team van 5 core mensen aanwezig, naast nog een aantal part-time leden van het team. Dat was het bedrijf deze kleine groep mensen wisten zo veel goeds neer te zetten. En ik was daar een deel van.

In dit euforische jaar heb ik de mogelijkheid gehad veel te leren en mijzelf te ontwikkelen. Ik heb simpelweg geen dag gehad waarop ik geen zin had om naar mijn werk te gaan. Al had ik soms wel het gevoel dat een uurtje later beginnen niet heel vervelend zou zijn, maar de schuld daarvan leg ik bij Klaas Vaak neer.

Een paar maanden geleden kwam het gevreesde nieuws, we wisten dat de gesprekken plaatsvonden maar helaas is dit prachtige bedrijf verkocht. Het team dat mij zo dierbaar was geworden in zulk korte tijd zou binnen een paar maanden niet meer bestaan. Elk van mijn collega’s zou het bedrijf verlaten, de enige die overbleef aan het einde van deze rit was ik. Ik was, samen met het bedrijf verkocht aan de nieuwe eigenaar. Een nieuwe eigenaar die mij op nieuwe projecten wilt zetten, omdat ik de ervaring heb opgedaan in het afgelopen jaar, een nieuwe eigenaar die verwachtingen van mij heeft en mij mogelijkheden bied om prachtige dingen te gaan opzetten. Een nieuwe eigenaar die mij een carrière kan laten bouwen.

Vandaag was mijn laatste dag als deel van een geweldig team, dat ondertussen nog maar uit twee andere collega’s bestond. Ik wil dit team bedanken. Ze hebben mij laten opgroeien. Het is dan ook tijd om nooitgedachtland te verlaten en als volwassene verder te gaan.

Bedankt